| Spel en arbitrage reglement voor biljartwedstrijden |
|---|
| Artikel 1.
Het biljart moet, evenals het laken, voldoen aan de eisen die door het hoofdbestuur zijn gesteld. Door keuring van het biljart door 2 of meerdere personen (technische adviescommissie) waarvan er minimaal een lid is van het hoofdbestuur, wordt bepaald of het biljart voldoet aan gestelde eisen. |
| Artikel 2.
De ballen moeten van dezelfde grootte zijn. Twéé witte en één van de rode kleur. Een van de witte ballen moet een merkteken dragen (bal met stip). Het is toegestaan dat de witte gemerkte bal een andere kleur heeft (b.v. geel).
|
| Artikel 3.
Bij de afstoot worden door de arbiter de ballen op de daarvoor bestemde acquitten geplaatst en wel op de volgende wijze: De rode bal op het boven acquit, één witte bal op het beneden acquit en de andere witte gemerkte bal (gekleurde bal) naar keuze van de afstotende speler, op het linker of rechteracquit. Dezelfde afstoot heeft ook plaats bij de z.g. nastoot, dus wanneer de eerste speler zijn partij heeft uitgemaakt. Bij spelhervatting of in de gelijk makende beurt wordt de speelbal van de aan de beurt komende speler naar keuze van de speler, op het linker of rechter acquit geplaatst. De afstoot moet gespeeld worden van de rode bal via één of meer banden. Deze afstoot wordt herhaald bij het buiten het biljart stoten van één of meerdere bal(len) of vastliggen van een of meerdere ballen, tijdens de partij. Bij competitiewedstrijden gespeeld voor de O.B.B. dient de bezoekende vereniging aan te vangen met het afstoten. (beginstoot, van afstootlijn).
|
| Artikel 4.
Tijdens de partij telt alleen de arbiter die ook alleen de beslissing neemt. De tegenstander in de partij en beide schrijvers hebben het recht de arbiter te attenderen op het gebruik van de verkeerde bal, verkeerd tellen en o.a. meer dat twee caramboles laten maken in de verboden zone. De arbiter is dan gehouden zijn beslissing op nieuw in overweging te nemen. Twijfelt de aan de beurt zijnde speler aan de juistheid van een beslissing van de arbiter, dan kan deze hem verzoeken het geval opnieuw te onderzoeken. De arbiter is gehouden aan dit verzoek gevolg te geven, echter alleen zijn beslissing is bindend.
|
| Artikel 5.
Een partij mag alleen met toestemming van de arbiter worden onderbroken.
|
| Artikel 6.
Onder het maken van een carambole wordt verstaan, het raken met de speelbal, als gevolg van een met de pomerans van de keu aan die bal toegebrachte stoot, van beide andere ballen.
|
| Artikel 7.
De carambole is pas geldig zodra de ballen tot stilstand zijn gekomen, mits daarbij geen fout is gemaakt en voldaan is aan de voorschriften van dit reglement, in welk geval de speler aan de beurt blijft. Elke carambole telt voor 1 (één).
|
| Artikel 8.
Indien de speelbal tegen één (of twee) bal(len) vastligt, mag de speler de arbiter verzoeken de ballen op de acquitten te plaatsen, zoals beschreven in art.3. Dit in het Libre.
|
| Artikel 9.
Het door eigen schuld maken van één of meerdere fouten of het niet voldoen aan andere voorschriften, heeft tot gevolg, dat de beurt van de speler eindigt.
|
| Artikel 10.
De carambole gemaakt in een foute stoot telt niet mee, wel de voorafgaande caramboles die gemaakt zijn in dezelfde beurt. Als fouten worden aangemerkt: A. Het doen uitspringen van 1 (één) of meer ballen, alsmede het raken van het houtwerk langs de banden. B. Spelen alvorens de ballen stil liggen; C. Aanraken van de op de biljarttafel liggende of rollende ballen, waaronder te verstaan aanraken met een ander voorwerp als de pomerans van de keu D. (hand, kledingstuk, ketting enz), alsmede het laten vallen op één of meerdere ballen van krijt of enig ander voorwerp. E. In al deze gevallen blijven de ballen in de positie, die voor het maken van de fout is ontstaan. F. Het in de mond hebben van een sigaret, sigaar of pijp tijdens de beurt waarin de speler moet spelen. G. Er is gebiljardeerd, wanneer de pomerans nog met de speelbal in aanraking was op het ogenblik dat die bal de tweede bal of band ontmoette. H. Tijdens de stoot moet de speler tenminste met de tenen van één voet op de begane grond blijven. I. Gebruik van b.v. een bankje is alleen toegestaan na toestemming van het hoofdbestuur. J. Het spelen van de verkeerde bal. K. De speler mag onder geen beding de ballen met de hand aanraken of verplaatsen b.v. als er een vuiltje op zit of als de ballen vastliggen. In zulk soort situaties moet hij de arbiter verzoeken om de nodige handelingen te verrichten daar hij (de arbiter) de enige is die het recht heeft om deze handelingen te verrichten. In al deze gevallen worden de ballen in de positie gelaten die zij, na tot stilstand te zijn gekomen innemen Indien geconstateerd wordt dat een speler een fout maakt dan wordt hij afgeteld (touché), waarna de tegenstander de partij vervolgt met zijn eigen bal.
|
| Artikel 12.
Fouten veroorzaakt zonder schuld van de speler (b.v.een passerende kelner of toeschouwer stoot tegen zijn keu), worden hem niet aangerekend. Zijn de ballen hierdoor verplaatst dan worden zij door de arbiter zo nauwkeurig mogelijk weer in de vorige positie geplaatst.
|
| Artikel 13.
Het hinderen van de tegenpartij is niet toegestaan. De niet aan de beurt zijnde speler dient zich van het biljart te verwijderen.
|
| Artikel 14.
De Libre partij veroorlooft de speler over de gehele oppervlakte van de biljarttafel, met uitzondering van de verboden zones, een onbeperkt aantal caramboles te maken.
|
| Artikel 15.
De verboden zones, moeten in de hoeken worden afgetekend op 21 cm., gemeten vanuit de hoek van het biljart langs de lange en korte band. Aftekenen van de verboden zone geldt voor elke klasse, die jaarlijks door het hoofdbestuur wordt (worden) vastgesteld. Binnen deze zone mogen ten hoogste 2 (twee) caramboles worden gemaakt. Liggen de 2 (twee) ballen (niet de speelbal) in de verboden zone, dan wordt door de arbiter voor de aanvang van de te maken carambole gemeld: "ENTREE". Voor het maken van de tweede carambole wordt door de arbiter gemeld: "DEDANS", ten teken dat bij de volgende carambole tenminste één bal uit deze zone moet. Komt een bal, (ballen) weer in de verboden zone, dan kan de speler de partij weer vervolgen met inachtneming van bedoeld voorschrift. Ligt de bal precies op de schuine lijn van de driehoek, dan beslist de arbiter in het nadeel van de speler.
|
| Artikel 16.
Tijdens partijen, is het toegestaan van arbiter te wisselen. Dit wisselen geschiedt niet tijdens, maar na het uitspelen van een beurt.
|
| Artikel 17.
De arbiter telt de caramboles duidelijk en met luide stem. Bij spelen die een verboden zone bevatten, geeft de arbiter bovendien met luide stem de positie der ballen aan, dus entree en dedans.
|
| Artikel 18.
De arbiter waarschuwt de speler wanneer en welke ballen vastliggen. Alleen de arbiter mag de ballen aanraken om ze op het acquit te leggen, enz.
|
| Artikel 19.
De arbiter mag de aantekeningen en de optelling bij de schrijver(s) controleren.
|
| Artikel 20.
De arbitrage geschiedt actief. Zodra de arbiter bemerkt dat er een fout is gemaakt, moet hij uit eigen beweging ingrijpen, de speler daarop attent maken, hem het doorspelen beletten en de beurt aan de tegenpartij geven.
|
| Artikel 21.
Het is de arbiter uitdrukkelijk verboden de speler opmerkzaam te maken op enige fout die deze op het punt staat te maken. Noch bij de aanvang, noch tijdens de serie mag de arbiter de speler zijn bal aanwijzen. Dit mag alleen dan, wanneer de speler hem hierom verzoekt.
|
| Artikel 22.
De eindbeslissing van de arbiter is onherroepelijk, voor zover ze van feitelijke aard zijn. Geschillen omtrent de toepassing der reglementen vallen hierbuiten.
|
| Artikel 23.
Elk protest aangaande kwesties van toepassing der reglementen en/of spelregels die betrekking hebben op de partij, moeten tijdens de wedstrijd op het moment dat de fout gemaakt is, kenbaar worden gemaakt aan de arbiter. Na de partij worden er geen protesten meer aanvaardt door de arbiter. Wil men hierna bij het hoofdbestuur protesteren, dan kan dit, onder de voorwaarden dat dit schriftelijk geschiedt en men gelijktijdig € 12.50 overmaakt ten name van de O.B.B. de "Liemers". Dit bedrag wordt alleen terugbetaald als men in het gelijk wordt gesteld. Bij afwijzing vervalt het bedrag aan de kas van de O.B.B. de "Liemers".
|
| Artikel 24.
In het Libre en Bandstoten zal de arbiter de speler waarschuwen als deze nog 5-4-3-2-1 caramboles te maken heeft. In het Driebanden zal de arbiter de speler waarschuwen als deze nog 3-2-1 caramboles te maken heeft. Heeft de speler de laatste carambole gemaakt, dan wordt hij geacht het totaal der caramboles die zijn partij groot is, te hebben gemaakt, zelfs al zou naderhand een schrijf of telfout in de lijst worden ontdekt.
|
| Artikel 25.
De arbiter is ten alle tijden gerechtigd een partij te onderbreken als er zich ongerechtigheden voordoen bij spelers en/of toeschouwers. Is een speler of vereniging de oorzaak hiervan en kan men dit ter plaatse niet oplossen dan kan het hoofdbestuur beslissen alsnog de speler(s) of vereniging(en) te straffen door middel van verliespunten, ongeldig verklaarde wedstijd(en) en/of een geldboete. In het uiterste geval met schorsing of royering.
|
| Artikel 26.
Driebanden Bij het driebanden dient de speelbal alvorens deze de derde bal raakt, tenminste 3 al of niet dezelfde banden te hebben geraakt.
|
| Artikel 27.
Ligt de speelbal vast tegen één of beide ballen, dan mag de speler kiezen uit: A. Het spelen van een niet vastliggende bal, of via één of meer banden tegen welke de speelbal niet vastligt. B. Het losspelen van zijn speelbal door een kopstoot (massé of piqué). C. Het op de acquitten te laten plaatsen van zijn speelbal en de daaraan vastliggende bal. Eventueel alle ballen als de speelbal tegen beide andere ballen vastligt en wel: * de rode bal op het boven acquit, * de speelbal op het beneden acquit, * de andere witte bal op het midden acquit. Is voor de vastliggende bal het aangewezen acquit versperd, dan wordt die bal geplaatst op het acquit, aangewezen voor de bal die het eerstbedoelde acquit versperd.
|
| Artikel 28.
Springen één of meer ballen uit het speelveld, dan dienen de uitgesprongen ballen op de acquitten te worden geplaatst zoals omschreven en is op dat moment de beurt voorbij. Als de speelbal tegen één bal vastligt, dan worden alleen deze twee ballen op de acquitten geplaatst. De derde en niet vastliggende bal moet dus blijven liggen. Als de speelbal tegen twee ballen vastligt, dan worden alle ballen op de acquitten geplaatst, zoals beschreven.
|
| Artikel 29.
Indien dit reglement niet voorziet in artikelen als: strafmaatregelen, protestzaken, spelregels en/of aangelegenheden aangaande de O.B.B. beslist het hoofdbestuur.
|
| Artikel 30.
Alle voorgaande Reglementen van de O.B.B. "Liemers" komen bij deze te vervallen. Aangepast en goedgekeurd, Zevenaar 30 augustus 2004..
|